Thema: historiserende architectuur oubollig of vraaggericht?

Na de Tweede Wereldoorlog stond de traditionele Nederlandse bouwwijze een tijdje op een laag pitje. Er werd overgegaan op een meer industriële manier van bouwen, vaak op basis van beton en prefab elementen. Het afgelopen decennium is er in Nederland echter weer een opleving te zien in historiserende architectuur, veelal gebouwd met keramisch bouwmateriaal. Waar komt deze toename vandaan? En wat zijn de consequenties van dit fenomeen voor bewoners, architecten en bouwers?

Historiserende architectuur, oubollig of vraag gericht?

De toename in historiserende architectuur staat niet op zichzelf. Ook in woninginrichting en mode zijn steeds vaker invloeden uit het verleden zichtbaar. Deze trend wordt ook wel ‘thematisering’ genoemd (Meier, 2013). Hierbij wordt een thema of verhaal uit het verleden aan een object verbonden. Het uiterlijk van een woning of kledingstuk is dus nog niet eens zo zeer bepalend voor de populariteit ervan, maar vooral de betekenis die consumenten eraan geven.
 
Kenmerken historiserende architectuur
Historiserende architectuur verwijst naar bebouwing met een karakteristieke gebouwvorm, gevelindeling en detaillering. Hierbij dient gedacht te worden aan de vorm van de kap, de verdeling van de ramen over de gevel en bijvoorbeeld de aanwezigheid van een erker. Dit uiterlijk wordt onder andere verkregen door te bouwen met traditionele materialen als bakstenen, keramische dakpannen en hout in een ambachtelijke stijl.
 
Historiserende woning blijkt meer waard
In het rapport ‘De waarde van stijl. Een prijsanalyse van historiserende bouwstijlen’ onderzoeken het Planbureau voor de Leefomgeving en de Amsterdam School of Real Estate de verschillen in prijs tussen historiserende bouwstijlen en andere bouwstijlen. Er is gebruik gemaakt van een dataset die de woningtransacties van 86 Nederlandse Vinex-uitbreidingswijken omvat. Van het totale aantal woningtransacties dat in deze studie is meegenomen beschikt 1% van de woningen over een traditionele vorm, gevelindeling en detaillering (neo-traditioneel). Daarnaast bestaat 9% van de dataset uit woningen met woningkenmerken die verwijzen naar de traditionele bouwstijl. De rest van de woningen is niet-traditioneel. Om het effect van de bouwstijl van een woning zuiver te kunnen meten, is er in het onderzoek gecontroleerd op bouwkosten, locatiekenmerken en andere woningkenmerken.
 
Uit het onderzoek blijkt dat Nederlanders duidelijk bereid zijn om meer te betalen voor een woning in een historiserende bouwstijl dan voor andere bouwstijlen. Woningen gebouwd in een neotraditionele bouwstijl zijn gemiddeld ruim 14% duurder dan niet-traditionele bouwstijlen. Woningen met zowel traditionele als moderne elementen zijn gemiddeld bijna 5% duurder. Er blijkt dus een kloof te zijn tussen vraag en aanbod. In een goed functionerende markt zou er bij gelijke bouwkosten immers geen prijsverschil mogen zijn tussen bouwstijlen.
 
Hollands goed
Tot 2008 was er vooral sprake van een aanbiedersmarkt door de enorme vraag naar woningen. Stedenbouwkundigen en architecten hadden hierdoor mogelijk grote invloed op de bouwstijl van woningen. Architecten neigen minder enthousiast te zijn over historiserende architectuur dan over meer eigentijdse ontwerpen. Architect Patrick Van Buijtenen van Mulleners+Mulleners begrijpt de afkeer van sommige collega-architecten voor historische bouwstijlen niet zo goed: “Waarom zou je geen Hollands goed uit het verleden, wat iedereen mooi vindt, gebruiken in deze tijd? Dat geeft karakter aan zo’n wijk en het verbindt hem ook met de omgeving.”

Door de financiële crisis is de markt meer vraaggericht geworden, maar belangrijk is dat deze ook in economisch betere tijden de wensen van de consument voorop blijft stellen. Ontwikkelende partijen dienen zich te blijven verdiepen in de wensen van de woonconsument. Die vraagt duidelijk om meer historiserende bouw met toepassing van keramische materialen. Van Buijtenen merkt ook dat woningkopers positief reageren op een historische bouwstijl. “Ons woningnieuwbouwproject in Langedijk is een van de projecten die tijdens de crisis gewoon door is gegaan. Volgens mij spreekt deze stijl woningkopers dus wel aan.”
Ook architect Jan-Paul Bron van Zeelenberg Architectuur ziet dat er veel animo is voor historiserende architectuur: “Ik denk dat het publiek buitengewoon gecharmeerd is van een authentiek plan met afwisselende bebouwing. Men herkent zich daar goed in.”
 
Bronnen
  • Buitelaar, E. et al. (2014). De waarde van stijl. Een prijsanalyse van historiserende bouwstijlen. Den Haag/Amsterdam: PBL/ASRE.
  • Meier, S. (2013). Living in imaginary places. On the creation and consumption of themed residential architecture. Amsterdam: University of Amsterdam.