Het gebied rond het Stadionplein in Amsterdam heeft in de afgelopen jaren een metamorfose ondergaan. Niet alleen zijn de Citroëngarages gerenoveerd en herbestemd, ook verrezen nieuwe gebouwen aan het plein. Zuidblok – een ontwerp van Kollhoff & Pols Architecten – kreeg een eigenzinnige vorm met een enorme uitkragende luifel. Daarboven twee solide bouwlagen, bekleed met wit geglazuurde bakstenen.

Het masterplan voor het vernieuwde Stadionplein was duidelijk: in hun verschijning zouden ook alle nieuwe gebouwen moeten “hechten” aan de beide Citroëngarages van Jan Wils: het zuidelijke pand met wit gekeimde baksteen uit 1931 en de wit gestucte garage uit 1960 daarnaast.
 
Kollhoff & Pols Architecten won de ontwerpprijsvraag voor het Zuidblok: een compacte doos met horeca-bestemming (restaurant in de plint, hotel daarboven). Een compacte, wítte doos.
‘Wij hebben vanaf het begin gezegd dat een geheel wit gestucte gevel wat ons betreft niet wenselijk was: dat wordt vies, zeker in de plint’, vertelt Alexander Pols. Voor de plannen rond het Stadionplein werd een ontwerpteam gevormd. Daarin zat supervisor Wouter Veldhuis namens het Stadsdeel Zuid, West 8 voor de inrichting van het plein, Dam & Partners Architecten voor het blok aan de noordzijde en Pols voor het Zuidblok. ‘Daar vonden veel gesprekken over materialen plaats’, vertelt de architect. ‘Wij schoven later aan. Diederik Dam had toen al travertin gekozen voor de plint van zijn gebouw. Het was logisch dat we die keuze overnamen voor de plint van het Zuidblok.’
 
Ivoorkleurige pijpenkoppen
Op tafel liggen materialenmonsters: een stuk travertin, een wit gestuct plankje en een ivoorkleurige geglazuurde baksteen. ‘Al gauw kwam de discussie over de kleur van de materialen, ook aangegeven door de Commissie Welstand en Monumenten. Die vonden het allemaal wel heel erg wit. Ze zagen ook de praktische nadelen en stelden een verfijning van het palet voor. Dat gaf ons natuurlijk meer ruimte om materialen, texturen en kleuren te kiezen’, vertelt Pols.
‘We zijn er maar eens voor gaan zitten, Hans Kollhoff en ik. Hier, aan deze tafel. We hebben de verschillende opties laten passeren, materiaalstudies gedaan. Hans kwam met het idee van Berliner Pfeifenköpfe: ivoorwitte geglazuurde stenen die je veel ziet in Berlijnse binnenhoven van rond 1900. De naam verwijst naar ivoorkleurige pijpenkoppen, die in die tijd veel werden gebruikt.’ In Berlijn zijn deze stenen vooral gebruikt om zoveel mogelijk licht te vangen in de donkere hoven. Met wat ruwe stenen, het glazuur vaak in een craquelé, hebben de wanden een bijna industriële uitstraling. ‘We vonden het wel een mooie referentie’, herinnert Pols zich. ‘Functioneel, industrieel: mooi passend bij de zachtgele bakstenen van de woongebouwen van Berlage vlakbij het Zuidblok en de architectuur van Wils. Het idee werd door iedereen in het team omarmd.’

Terca glazuurstenen | Zuidblok Amsterdam

Abstract en massief
Toen begon de zoektocht naar de juiste steen. Al snel werd gekozen voor een standaard formaat. En voor witte klei in een vormbakuitvoering met een bezande oppervlakte. Voor het glazuur zijn door Wienerberger verschillende monsters gemaakt om de kleur en glansgraad te bepalen: uiteindelijk werd gekozen voor monster 21, nu pontificaal op de tafel. ‘Omdat de glazuurbaksteen volgens het zogenaamde tweebrandsysteem wordt geproduceerd, is het een kostbaar bouwmateriaal. Ik heb nog nooit met zo’n dure steen gewerkt!’, lacht Pols. Een glanzende, witte baksteen met een witte scherf: het bleek precies wat de architecten én de monumentencommissie voor ogen hadden.
Met de keuze voor de steen was het nog niet klaar: ook het metselwerkverband, de voegbreedte en voegkleur zijn onderwerp van studie geweest. ‘Je wilt natuurlijk dat het een egaal vlak wordt, dat het een abstract en massief blok wordt’, aldus de architect. ‘Ook de wijze waarop de kozijnen in de gevels zijn geplaatst draagt daar aan bij. We hebben echt gezocht naar een contrast. Alle kozijnen zijn hetzelfde: we hebben het palet beperkt willen houden.’
 
Bezande voegen
De voegen bleken de grootste uitdaging, vooral bij de dilataties. ‘Je wilt geen verticale dilataties zien, geen wijkende voegen, geen kleurafwijkingen. Het moet optisch één geheel zijn’, vertelt Pols. In totaal waren per gevel zes verticale dilataties nodig. De opbouw van de constructie maakte het nog wat ingewikkelder: een staalconstructie met een enorme brugligger op scharnieren voor de uitkraging. ‘Het beweegt allemaal! Je hebt ook nog eens te maken met zetting van het gebouw: bij de uitkraging buigt het iets door. Er is vrij snel gekozen voor een getande dilatatie. En vervolgens hebben we eindeloos proeven gedaan.’
Samen met aannemer Vink Bouw is vooral gekeken hoe met de diepte, kleur en afwerking van de voeg een onzichtbare flexibiliteit kon worden ingebouwd. ‘Eerst met lichtgrijze en beige voegen, later hebben we voor een iets donkere voeg gekozen. We hebben geëxperimenteerd met terugliggende voegen en zelfs open voegen bij de dilataties. Uiteindelijk is gekozen voor een bezande kitvoeg – dat was esthetisch de beste oplossing.’ Tijdens een recente rondleiding kon de architect tevreden vaststellen dat het werkt: de bovenbouw van Zuidblok oogt als één glanzend geheel. Veel zal het gebouw niet meer zetten, dus missie geslaagd? ‘Het getrainde oog is wat kritischer’, lacht hij. ‘Maar ik weet dan ook waar die scharnieren zitten.’
 
Buckens: 'We hebben het gedrag van de mortel uitgebreid geanalyseerd: op kleur, op verwerkingsaspecten. Juist als het belangrijk is om een strak vlak - wij noemen dat het esthetische plaatje - te realiseren.'
 

Terca glazuurstenen | Zuidblok Amsterdam

Terca glazuurstenen | Zuidblok Amsterdam

Terca glazuurstenen | Zuidblok Amsterdam

Terca glazuurstenen | Zuidblok Amsterdam

Terca glazuurstenen | Zuidblok Amsterdam

Terca glazuurstenen | Zuidblok Amsterdam

Terca glazuurstenen | Zuidblok Amsterdam

Terca glazuurstenen | Zuidblok Amsterdam