Het Elseviergebouw, langs de Amsterdamse ringweg, kreeg nieuw leven door een herbestemming als studentenhuisvesting. Het oorspronkelijke ontwerp van Willem Dudok en Robert Magnée was het uitgangspunt voor de renovatie van de gevel door Knevel Architecten. De kopgevels werden volledig vernieuwd, maar de donkerbruine glazuurstenen kwamen terug. ‘Misschien wel strakker dan in de oorspronkelijke uitvoering’, vertelt architect Benjamin Robichon.

Knevel Architecten kreeg in 2012 de opdracht om het Elseviergebouw te renoveren en herbestemmen. Een grondige studie naar het oorspronkelijke ontwerp leverde verrassende inzichten en gaf een interessant tijdsbeeld, zo vertelt Benjamin Robichon, architect en partner bij het architectenbureau. ‘Het Elseviergebouw werd opgeleverd in 1964, dus na het pensioen van Dudok. Het zou oorspronkelijk achttien verdiepingen hoog zijn, zo blijkt uit foto’s van maquettes en de tekeningen. Het is georiënteerd naar de buitenkant van de stad, wat na de komst van de ring helemaal niet logisch meer was.’ Het gebouw heette oorspronkelijk Zaanstad, maar werd in de volksmond al snel het Elseviergebouw, omdat de uitgeverij en redactie van het weekblad daar jarenlang waren gevestigd.
 
Tijdsbeeld
Het Elseviergebouw past in een bepaald tijdsbeeld: het Havengebouw van Dudok en Magnée naast het Amsterdamse Centraal Station heeft een vergelijkbare compositie met vrij gesloten kopgevels en open langsgevels. Als het gaat om de materialisering, dan blijkt dat geglazuurde stenen in die tijd ook door andere architecten werden gebruikt. De Nederlandsche Bank van Duintjer (opgeleverd in 1961) laat horizontale banden van geglazuurde stenen zien. Of Dudok zelf de kleur en nuances van de geglazuurde stenen van het Elseviergebouw heeft gekozen, valt niet meer na te gaan. ‘Waarschijnlijk niet’, denkt Benjamin Robichon. ‘Dat zal wel in handen van zijn bureau zijn geweest.’ Dudok ging in 1954 met pensioen, maar bleef wel betrokken bij zijn bureau.
De bouwtekeningen van het gebouw zijn gelukkig goed bewaard. De oude kopgevels bestonden uit betonnen prefab elementen met daarop gelijmde, geglazuurde steenstrippen. Robichon: ‘Die elementen moesten worden vervangen: het was niet mogelijk om daar een goede isolatiewaarde mee te bereiken. Bovendien wilden we een aantal gevelopeningen toevoegen, om meer daglicht in de achterliggende ruimten te vangen.’
 
Geduldig naar perfectie
Om “nagenoeg” hetzelfde beeld te creëren, werd samen met de Commissie Welstand en Monumenten van de gemeente Amsterdam een intensief traject ingezet om tot de juiste steen- en glazuurkeuze te komen. ‘Het formaat is identiek aan het oorspronkelijke: een Hilversums formaat. We zochten naar een mengsel van kleuren, omdat met een enkele kleur een heel eentonig beeld ontstaat. We zochten drie of vier nuances. Daarbij kan je variëren in kleur, glans en schakering – dat is een complex en langdurig proces.’
Robichon vermoedt dat er ongeveer tien mock-ups zijn gemaakt, voordat er een resultaat was waar iedereen mee kon instemmen. ‘Het gaat niet alleen om het steenmelange, maar ook om de kleur en het formaat van de voeg. We hebben de mock-ups naast het bestaande gehangen om te kijken of we het juist effect hadden bereikt. Elke steen kreeg een ander nummer en zo zijn we gaan combineren.’ De sample-bibliotheek van Wienerberger Panningen heeft daarin een belangrijke rol gespeeld. Elke twee weken was er bouwvergadering en kwamen er nieuwe monsters. ‘De commissie was erg streng: het moest echt perfect. De keuze voor de juiste steencombinatie en het voegwerk is echt een kwestie van geduld gebleken.
 

Terca glazuurstenen | Elseviergebouw

Karakter behouden, versterken
De opbouw van de nieuwe kopgevels is duidelijk anders dan de oorspronkelijke: nu werden houtskeletbouwelementen gebruikt, met daarop een vezelcementplaat. Daarop zijn de geglazuurde steenstrippen op locatie verlijmd. ‘Belangrijk was dat de nieuwe gevel hetzelfde ritme zou hebben als de oorspronkelijke gevel. Massief, dus. De nieuwe ramen in de gevel volgen het ritme van de glazuurstenen en kregen donkere kozijnen. ‘We hebben gezocht naar de mooiste verhouding’, vertelt de architect. ‘In de maatvoering en uitwerking stond het behoud van het karakter van de kopgevels voorop.’
Voor de hoekoplossing – de gemetselde kopgevels lopen iets de hoek om naar de langsgevel – is eerst gezocht naar een speciaal keramisch element. Robichon: ‘Omdat je te maken hebt met een bestaand gebouw dat beweegt en verschillende toleranties heeft, is dat niet gelukt. Daarom hebben we teruggegrepen naar het oorspronkelijke detail. Die tekeningen waren er nog en hebben we vertaald naar de nieuwe situatie.’ Vervolgens zijn alle geglazuurde baksteenstrippen in situ gemetseld in tegelverband. ‘Prachtig in maat, heel knap gedaan. Ik durf te beweren dat de kopgevels er nu krachtiger bijstaan dan voorheen. Je ziet bijvoorbeeld de lijnen tussen de prefab elementen van de gevelconstructie niet meer. De uitstraling is verbeterd met de technieken van nu.’
 
Lighart: 'Omdat het een secuur werkje is - een sprongetje zie je meteen - moeten ze zich wel op hun gemakt voelen tijdens het werk'

Terca glazuurstenen | Elseviergebouw

Terca glazuurstenen | Elseviergebouw

Terca glazuurstenen | Elseviergebouw

Terca glazuurstenen | Elseviergebouw

Terca glazuurstenen | Elseviergebouw

Terca glazuurstenen | Elseviergebouw